|
Op verkenning |
Op Verkenning in Buitenzorg
2005
1946 – 1949
Het blijft ons boeien.
Het kan ook niet anders, onder vaak moeilijke en primitieve, sterk wisselende omstandigheden hebben de jongens van 1-1-A.A.T. 7 Dec. Div. er drie jaar en twee maanden doorgebracht. Velen van ons zijn in de loop van de achter ons liggende 56 jaar nog wel eens terug geweest, sommige van ons zelfs meerdere malen, iemand vertelde mij dat hij al twaalf keer terug was geweest. Waarom? En wat betekent dat eigenlijk? Vul het zelf maar in. Op een reünie sprak ik eens een voormalig dienstplichtig veteraan die in 1946, na 5 jaar oorlog, werd opgeroepen, en zwaar baalde dat hij in dienst moest, het werd nog erger, toen hij hoorde dat hij voor minstens twee jaar naar Nederlands-Indië moest, nu zeggen deze mensen, IK HAD HET NOOIT WILLEN MISSEN (bedenk wel al die 7 Dec. Div. en A.A.T. veteranen zijn dit jaar 80 jaar geworden), het is een deel van de vorming van mijn leven geweest. Is het dat wat ons nog altijd trekt, het met elkaar zijn, destijds heel veel mopperend en schelden op van alles en elkaar, maar we sloegen ons er met elkaar doorheen, drie jaar en drie maanden. Dat is wat ons bindt en waarom veteranen met vrouw en kinderen of kinderen van veteranen terug gaan naar “Buitenzorg”.
Het was zo ongeveer half augustus dat ik een e-mail ontving van Jan Willem van Iperen uit Leiden. Zijn vader, Teun van Iperen, overleden 31 augustus 2002, was ook in Buitenzorg in dienst geweest bij de A.A.T. en hij wilde graag zo veel mogelijk informatie omtrent legering van de A.A.T. etc. De bedoeling was om met zijn moeder en zijn zus een bezoek te brengen aan Buitenzorg. Teun van Iperen was ingedeeld bij het verzorgingspeloton. Na dat eerste e-mailtje zijn er nog vele heen en weer gegaan. We hebben toen afgesproken om van hun “nostalgie trip Buitenzorg” een verslag te maken. Oud A.A.T.’ers, je zult er veel bekende plaatsnamen tegenkomen.
Hier volgt een reisverslag van 31 oktober tot 13 november 2005 van J.W. van Iperen
Beal1205
1 November
Na een perfecte vliegreis van ca. 16 uur met Malaysia Airlines, met een tussenlanding op Kuala Lumpur, komen we aan op het vliegveld Sukarno-Hatta te Cengkarang nabij Jakarta. Het naar buiten lopen vanuit de aankomsthal is vergelijkbaar met het binnenlopen van een sauna. De taxichauffeur welke ons naar Bogor brengt vraagt ons direct of wij de haven Sunda Kelapa willen bekijken. Zodoende beginnen wij al vroeg met het bezichtigen van Jakarta. In de haven zijn tientallen houten schepen afgemeerd welke hout vanuit Borneo naar Jakarta brengen. De houten schepen onderscheiden zich door de hoge boeg. Vervolgens rijden we naar Bogor. In het hotel, New Mirah, worden we perfect opgevangen. Na wat uitrusten gaan we de straat op en zijn we van plan om wandelend Bogor te bekijken. Al snel blijkt dat dit niet kan vanwege de spaarzame voetpaden, en het verkeer op de ringweg blijkt een volslagen chaos. Druk, lawaai, claxons en een stinkende rook hangt over de weg. Bovendien is het vrijwel onmogelijk om over te steken. Al snel besluiten we weer terug naar het hotel te gaan. Onderweg worden we ook nog geconfronteerd met verschillende bedelaars, sommige gevallen zijn schrijnend. Voor het hotel worden volop postkaarten aangeboden, één van deze verkopers (Ruslan) wordt later onze gids.
In de morgen besluiten we direct het legeringsgebouw te gaan opzoeken waar mijn vader destijds gelegerd was. We bestellen de hoteltaxi en laten ons tegenover het gebouw afzetten, voor de ingang van de botanische tuin. Na de razend drukke weg te zijn overgestoken, staan we plotseling voor het legeringsgebouw.
We lopen naar de ingang, er blijkt bewaking te zijn. Het gebouw is leeg, het blijkt vakantie te zijn, de Idul Fitri. Vergelijkbaar met het suikerfeest voor moslims in Nederland. Het blijkt ook ons geluk te zijn want we mogen de binnenplaats op. Ik ben met stomheid geslagen omdat hier thuis zo vaak over gesproken is. We lopen naar de locatie waar mijn vader gelegerd was. Het ziet er allemaal goed verzorgd uit, het wordt mijn moeder allemaal teveel, zij moet even bij zinnen komen. Het enige wat er op de binnenplaats bij gekomen is, zijn een aantal bomen, deze fleuren de binnenplaats zeker op. Na alles goed in ons opgenomen te hebben geven we de bewaking een fooi, in de hoop dat we nog eens terug mogen komen.Aansluitend bezoeken we de botanische tuin, we verbazen ons over de enorme bomen. Verder bekijken we de Nederlandse begraafplaats nabij het paleis, we drinken wat en gaan met een voldaan gevoel naar het hotel terug.
Wederom gaan we naar het gebouw waar mijn vader destijds gelegerd was (het verzorgingspeloton), doch er wordt ons gesommeerd geen foto’s te maken, een behoorlijke domper betekent dat. Later komt er iemand naar ons toe met de mededeling dat het wel mag. Wij laten ons vertellen dat het gebouw nu gebruikt wordt voor het departement van bosbouw, voor op de gevel staat “DEPARTMENT KEHUTANAN BADAN PLANOLOGI KEHUTANANAN”. Aansluitend gaan we ook weer naar de botanische tuin. We besluiten ook de “hangbrug”, welke bij alle A.A.T.’ers bekend was, te gaan opzoeken. Onderweg zie ik een bekende brug over de kali, dichtbij de ingang van de botanische tuin en dus ook dichtbij het gebouw van de verzorging waar mijn vader gelegerd was. Deze brug heb ik op een oude foto gezien, ik realiseer mij dat op deze plaats in het verleden veel foto’s gemaakt zijn. We vervolgen onze weg door de tuin en ja hoor, daar is de bekende hangbrug,
Hij hangt daar nog in volle glorie. Sterker nog, hij is net opgeknapt, hij is rood geschilderd. Al met al een adembenemende dag met veel aanknopingspunten vanuit het verleden. De botanische tuin zit vol met verrassingen zoals de enorme bomen, bamboebossen en de orchideeën bloemenkas.
4 November
Vandaag op excursie rondom de Gunung Gedeh. We rijden van Bogor naar Tjibadak, Soekaboemi, Tjandjoer en weer aan de noordzijde van de Gunung Gedeh over de Poentjak-Pas terug naar Bogor. Wat een ervaring!! Vanaf Bogor rijden we over relatief smalle tweebaans wegen, via scherpe bochten en steile hellingen en tussen de tjotten door. We hebben er thuis veel over gehoord. Tussen Tjibadak en Soekaboemi maken we een stop bij een toko langs de weg, hier kopen we een tros kleine bananen waar we de hele dag van eten. Ook bezoeken we een steenfabriek, de steenfabriek bestaat uit een afdak met mallen waar de stenen in gemaakt worden. De lokale bevolking vindt het prachtig dat wij hen bezoeken. Iets verderop richting Soekaboemi komt net een tani van de sawa. We stoppen en gaan naar hem toe, de man vindt het prachtig en laat zich uitgebreid met ons fotograferen. Nabij Tjandjoer verschijnen de sawa’s, we stoppen en met instemming van de tani gaan we de sawa’s in. Hier heb ik eindeloos van genoten, de sawa’s op de achtergrond de kampongs en klapperbomen, dit is Indonesië. Mijn moeder blijft in de auto, en bij terugkomst is zij omgeven met kleine kinderen. In Tjandjoer komen we de splitsing tegen waar in het verleden de keuze gemaakt moest worden, gaan we noordelijk of zuidelijk van de Gunung Gedeh naar Bogor. In Tjandjoer bezoeken we een kampong waar familie van onze gids Ruslan woont. Ook hier worden we met open armen ontvangen. We krijgen koffie tubroek, heerlijke sterke koffie. Na al dit moois rijden we richting de Poentjak-Pas, de middag is al redelijk gevorderd en wat overkomt ons, we komen in een file terecht. Als gevolg van de Idul Fitri feesten/vakantie reizen nu veel mensen vanuit centraal Java naar Jakarta. We vermaken ons zeker wel, we rijden door een enorme regenbui en zien een buitenverblijf van een regeringsfunctionaris in Cipanas en komen in het donker op de Poentjak-Pas aan. We besluiten om later terug te komen want deze Poentjak-Pas willen we uiteraard bij daglicht zien. We komen voldaan in het hotel aan.
5 November
We gaan weer uitgebreid de botanische tuin bekijken, het is bijzonder druk vandaag in verband met de Idul Fitri vakantie. Bij terugkomst in het hotel ga ik met onze gids Ruslan naar zijn kampong. De naam van de kampong is Lebak-kantin en ligt ten noorden van de botanische tuin, en ca. 10 minuten lopen vanaf het hotel. Ik ontmoet daar veel mensen en kinderen, de gehele kampong komt langs om mij te bekijken, en al snel heb ik een baby van drie maanden in mijn armen. De huisjes waar men in woont zijn in onze ogen klein, bijzonder primitief en staan boven op elkaar. Al snel staan er bussen met nootjes en kroepoek klaar, en de heerlijke koffie tubroek ontbreekt niet.
6 November
Vandaag op excursie naar de watervallen, deze bevinden zich ten westen van Bogor. Onderweg zien we een boer zijn rijst op een betonplaat strooien om het te laten drogen. Het wordt continue met de voeten gekeerd, na verloop van tijd is het zodanig droog dat de rijstkorrel mechanisch uit het kaf geslagen kan worden. Onderweg is het al verschrikkelijk druk op de smalle tweebaans weggetjes, je ziet zelfs kleine vrachtwagens met kinderen in de laadbak op de cabine, allemaal geen probleem. Vier kilometer voor de watervallen komen we als gevolg van de Idul Fitri vakantie in een file terecht, het advies wordt gegeven om ter plaatse de auto te parkeren en verder te lopen. Er zijn echter twee problemen mijn moeder kan niet zover lopen in de warmte, en het is onvoorstelbaar druk op de weg met motoren die ons voorbij knallen. We besluiten te keren, onze taxichauffeur (Hendrik) weet nog een waterval in de buurt en daar gaan we heen. Aangekomen blijken de watervallen van een bescheiden omvang te zijn maar het is er niet minder mooi, prachtige omgeving, we raken er niet uitgekeken. We gaan terug en de taxichauffeur stelt voor om naar zijn kampong in Bogor te gaan, we gaan sawa’s en karbouwen bekijken. De naam van de kampong is “CIBEUREUM SUNTING” en bevindt zich ten zuiden van Bogor. We worden in de kampong gastvrij onthaald, we maken kennis, we drinken koffie tubroek en thee, eten noten en kroepoek en gaan naar de sawa toe. De boer staat op ons te wachten en begint twee karbouwen in te spannen. Hij bewerkt eerst met een grove ploeg de sawa, na deze bewerking spant hij een ander werktuig in waarmee hij de sawah glad strijkt. Een jonge karbouw rent speels achter zijn moeder aan die het werk moet doen. Een prachtig schouwspel is het. Inmiddels is het gezelschap naar schatting met 30 kinderen uitgebreid, zij vinden het prachtig dat we hen bezoeken. In de kampong krijgen we nog werktuigen te zien waar het kaf van de rijstkorrel gescheiden wordt en we krijgen nog een visvijver te zien. We verlaten niet onopgemerkt de kampong, we worden uitgezwaaid door ontzettend vriendelijke en lachende mensen, jong en oud. Aan het einde van de kampong bezoeken we nog een tofufabriekje, allemaal vreselijk primitief maar het werkt. Het is prachtig te zien hoe hier warmwater gemaakt wordt. We gaan nog naar een gamalanfabriekje, deze blijkt ook vanwege de Idul Fitri vakantie gesloten te zijn maar de fabriek is van een open constructie en we kunnen er dwars doorheen kijken. We komen weer voldaan in het hotel aan, het was een prachtige dag.
7 November
Vandaag wil ik op aanwijzing van B. Allema foto’s op de Jl. Muslihat, de voormalige Bantammerweg, gaan maken. We laten ons afzetten op de plaats waar destijds garage De Vries gevestigd was. Ik hoopte deze garage nog aan te treffen maar helaas hij heeft plaats moeten maken voor appartementen. Rest mij hier alleen nog de nabij gelegen kali en een aan de overzijde van de weg gelegen huis te fotograferen. foto 6. We lopen terug richting ringweg, en onderweg komen we een politiebureau tegen, hier lag vroeger het werkplaatspeloton. foto 7. Verder terug komen we bij de Kathedraal, deze staat er ook nog in volle glorie. Aan de overzijde was de staf en de foerier gelegen. Nabij de kathedraal de St. Vincentius Stichting, een R.K. school met internaat, ik maak zo veel mogelijk foto’s. Inmiddels gaat het enorm regenen, we schuilen onder een afdak vlakbij de kathedraal. Het is een prachtig spektakel, kinderen spelen in de waterstroompjes. Als het droog is vervolgen we onze weg, we gaan naar de protestantse kerk aan de voormalige Postweg. Ook deze kerk staat er nog prachtig bij, ik heb oude foto’s van de kathedraal en de protestantse kerk bij me, er lijkt na 60 jaar aan het uiterlijk niets veranderd te zijn. Het is anders vergaan met het monument “De Naald”, deze is helaas verwijderd. In de avond krijgen we bezoek van de moeder en een zus van een collega van mij, zij wonen ten noorden van Bogor. Ik heb wat spullen mee genomen uit Nederland, ik krijg ook weer spullen mee voor mijn collega. De mensen zijn bijzonder spontaan en delen allerlei presentjes uit. Vandaag dicht bij het hotel gebleven maar het was niet minder leuk.
8 November
Vandaag op excursie naar de Poentjak-Pas. Op dag 4 hadden we de Poentjak-Pas willen bekijken maar we kwamen daar in het donker aan en hebben nauwelijks iets van de omgeving kunnen zien. We gaan vroeg weg want in de middag kan het uitzicht door bewolking slecht zijn. De Poentjak-Pas willen we beslist niet missen omdat mijn vader hier veel over verteld heeft. In het herinneringsalbum van de 1e Infanterie Brigade staat “Het woord Poentjak kon ons in den beginne koude rillingen bezorgen”. Bij aankomst boven op de Poentjak–Pas is het uitzicht prima, de stad Bogor is in de verte goed te zien. We parkeren bij een restaurant, een Indonesische familie wil met ons op de foto. Veel mensen zijn erg nieuwsgierig naar waar wij vandaan komen. We gaan op het terrein van het restaurant koffie drinken. Vanaf het terras hebben we een fabelachtig mooi uitzicht op de theeplantages. Tevens is het klimaat op deze hoogte, ca. 2.700 m. aangenaam. Na ongeveer twee uur genieten besluiten we weer terug te gaan. Niet ver van de top rijden we naar een meertje, de naam van het meertje is TELAGA WARNA (colour lake). De omgeving is bijzonder, het meertje met daar omheen steile bergen begroeid met bomen. Bij het meertje lopen ook apen rond, deze worden door bezoekers gevoederd. Verder bergafwaarts komen we een theefabriek tegen, we besluiten om de fabriek te bezichtigen. Het maken van thee gaat grofweg als volgt: drogen van de bladeren, versnijden van de bladeren, het drogen in een oven en het zeven van de thee. Dit hele proces neemt circa 24 uur in beslag, Douwe Egberts blijkt een afnemer te zijn van deze thee afkomstig van de Poentjak. Op een terras bij de fabriek drinken we de thee, we kopen uiteraard voor het thuisfront ruim in. Onderweg richting Bogor gaan we naar het safaripark. We rijden er doorheen en komen allerlei dieren tegen zoals nijlpaard, gnoe, olifant, zwarte beer, tijger, giraffe en bruine beer, en niet te vergeten een orang oetang met jong. Bij terugkomst in het hotel zijn we wederom een hele ervaring rijker.
9 November
Onze laatste dag in Bogor is aangebroken, we gaan afscheid nemen van het legeringsgebouw en de plantentuin. We laten ons weer voor de ingang van de plantentuin afzetten. We lopen nog een keer naar de overkant naar het legeringsgebouw waar mijn vader destijds ruim drie jaar gewoond heeft. Ik loop aan de voorzijde van het gebouw een paar keer van links naar rechts en neem nog een aantal foto’s. Het is niet mogelijk om de binnenplaats te betreden want er wordt vandaag in het gebouw gewerkt. Aansluitend gaan we de laatste keer de plantentuin in. Ik loop direct naar de hangbrug welke bij alle A.A.T.'ers bekend was en ik neem nog een aantal foto’s, ik kan er geen genoeg van krijgen. We gaan in de plantentuin nog koffie drinken, vanaf het terras is er een prachtig uitzicht op de plantentuin. Dit zijn locaties waar je uren door kunt brengen, later verlaten we via een zijuitgang de plantentuin.
10 November
Vertrek naar Jakarta, Hendrik en Ruslan brengen ons er naar toe. In Jakarta blijkt het veel warmer te zijn dan in Bogor. We bezoeken ereveld Menteng Pulu, het ereveld ligt midden in een woonwijk. Het is omgeven door woonflats, op oude foto’s is nog te zien dat het ereveld omgeven was door palmbomen. Bij de entree krijgen we boeken met namen te zien, we kunnen aangeven welke graven we willen zien. De beheerder loopt ons vooruit en wijst de betreffende graven aan. Het gaat om generaal S.H. Spoor, legercommandant, soldaat G.H. Mollink van 1-1-A.A.T. (het onderdeel waar mijn vader bij diende) en soldaat P.N. van der Hoeven van 2-1-A.A.T. een vroegere buurjongen van mijn moeder, destijds wonende te Benthuizen. We bezoeken deze graven met veel respect. Na een uitgebreide bezichtiging verlaten we het ereveld. We gaan naar het hotel Ibis in de wijk Kemajoran, in het verleden lag hier het vliegveld “KEMAJORAN“. In het hotel aangekomen drinken we met onze begeleiders van de reis, Hendrik en Ruslan, uitgebreid koffie. Ruslan leerde ik al snel kennen voor het hotel in Bogor, hij verkocht kaarten gemaakt van batik en bamboe. Hij klampte bij ons aan en is gedurende negen dagen bij ons gebleven. Hij is van grote waarde voor ons geweest, hij fungeerde als onze gids en begeleider. Hendrik was de taxichauffeur tijdens onze excursies, hij hield altijd mijn moeder goed in de gaten, hij noemde haar oma. Ruslan en Hendrik hebben een groot aandeel in het slagen van onze reis door West Java. We hebben hen regelmatig voorzien van fooien en uitgebreid bedankt voor hun bijdrage.
11 November
Vandaag op excursie in Jakarta. We lopen 's morgens naar het nationale monument (MONAS), deze staat op het voormalige Koningsplein. We besluiten om het monument in te gaan, boven, op ca. 120 m. hoogte is een groot deel van Jakarta te zien. Van de aangrenzende gebouwen had ik mij heel wat anders voorgesteld, hier en daar staat nog een herkenbaar Nederlands gebouw, er staan nu overwegend grote kantoorpanden. Het aangrenzende presidentiële paleis wordt door gewapende militairen streng bewaakt. 's Middags rijden we met een taxi naar een oude uitkijktoren, vlak bij de haven Sunda Kelapa. Deze toren deed tijdens de VOC-periode dienst als uitkijktoren over zee. Vlakbij de toren is nog een typisch Nederlands ophaalbruggetje, op een gebouw staat het VOC-teken nog afgebeeld. Vervolgens rijden we in een hoosbui vergezeld met onweer naar het recreatiestrand Ancol. Vanaf het strand is de zware industrie nabij Tandjoeng-priok goed te zien. Er wordt gele rook uitgestoten, welke tot ver over zee is waar te nemen. Op onze weg terug rijden we om het voormalig Koningsplein naar ons hotel Ibis gelegen in de wijk Kemajoran.
12 November.
We gaan vandaag naar huis, 's middags om 14:00 uur rijden we met de taxi naar het vliegveld ”Soekarno-Hatta”. We vliegen vanaf dit vliegveld in twee uur naar Kuala-Lumpur. Na twee uur wachten vliegen we in ca. twaalf uur naar Schiphol. Op 13 november landen we zondagochtend om 5:30 uur op Schiphol. In het verleden duurde de scheepsreis 26 dagen, dus 26 x 24 uur. Na een voldaan gevoel ben ik blij de frisse Nederlandse lucht weer in te ademen. Het is een fantastische reis geweest.
J.W. van Iperen.
Dit is een elfdaags verslag, van een bezoek van twaalf dagen van Mevrouw Van Iperen met haar dochter en zoon, aan het ”Buitenzorg en de omgeving, van 1946–1949”, het huidige Bogor, waar haar overleden man, Teun van Iperen, als militair van 1-1-A.A.T. 7 Dec.Div. drie jaar en twee maanden verbleef.
Van verhalen en informatie en oud fotomateriaal uit die tijd, zijn er veel herkenningen geweest en moesten er vaak veel emoties verwerkt worden. Vermoeid, maar veel ervaringen rijker en zeer voldaan, kwamen zij 13 november weer thuis.
Nu, eind december 2005 heb ik e-mails en telefoontjes ontvangen met als onderwerp onze thuiskomst op 24 december 1949.
En dit is waarom we er nog steeds weer naar toe gaan.
“Toch een beetje stille kracht?“
Beal1205.