|
Transport pelotons |

In het voorgaande hebben we kunnen lezen hoe druk de transportpelotons het hadden om alles te vervoeren wat een brigade nodig had om te kunnen functioneren. Laat ik zomaar eens een paar dingen noemen, al eerder heb je gelezen over “Groentevervoer” en “ Bijzondere lading” maar ook een doosje paperclips, de post, troepen verplaatsen en alles wat daar tussen zit. Beste lezer, je moet natuurlijk geen vergelijk maken met de transportmiddelen die je nu in 2005 – 2006 om je heen ziet. Vaak zie je ze gaan met meer wielen dan ik in mijn portemonnaie heb, en hoeveel gaat er dan in, 20 – 30 misschien wel 40 ton. Wij reden over slechte wegen met veel bochten bergen en ravijnen en onze wagens hadden 3 ton laadvermogen. Op reünies en bijeenkomsten wordt nog altijd gesproken over plaatsen op Java waar men naar toe ging, soms met een paar wagens dikwijls in konvooi met 15 – 20 wagens. Maar van al die verhalen krijg je maar moeilijk een beeld van de hoeveelheid vracht en het aantal kilometers dat gereden werd. Voor diegene die een beetje met het Java van die tijd (1946 – 1949) op de hoogte zijn zal het tot de verbeelding spreken. En nu citeer ik even uit het herinneringsalbum van de 1e Inf. Brigade: Op 30 oktober 1947 was het precies een jaar geleden, dat onze compagnie de eerste transportopdracht kreeg uit te voeren. En op deze dag zijn wij eens aan het becijferen gegaan, wat er in dit jaar in totaal vervoerd en gereden is. Hier volgt een tabel die voor zichzelf spreekt:
|
|
Km |
Tonnen |
Wagens |
November ‘46 |
56.306 |
1.010 |
568 |
|
December |
76.013 |
1.416 |
716 |
Januari ’47 |
54.490 |
1.331 |
529 |
|
Februari |
59.333 |
873 |
439 |
|
Maart |
91.671 |
1.551 |
603 |
|
April |
72.286 |
1.520 |
633 |
|
Mei |
78.029 |
1.532 |
639 |
|
Juni |
69.993 |
1.651 |
622 |
|
Juli |
54.459 |
1.781 |
639 |
|
Augustus |
100.663 |
2.149 |
1.060 |
|
September |
68.150 |
2.011 |
799 |
|
Oktober |
73.680 |
2.425 |
625 |
|
Totaal |
855.073 |
19.160 |
7.872 |
convooi stop in Soekaboemi
Het werkelijke aantal kilometers ligt veel hoger, deze berekening heeft alleen betrekking op dienstopdrachten. Wanneer deze cijfers nog onvoldoende tot de verbeelding spreken, bekijk dan deze vergelijking eens: de omtrek van de aardbol is 40.000 kilometer. De transportpelotons A. en B. hebben in 1947 de afstand van 21 keer een reis om de wereld gemaakt. Maar in 1947 zijn we niet naar huis gegaan ( daar hadden we toen nog helemaal geen zin in!), dat was pas eind 1949 dus er kwamen nog heel wat kilometers en tonnen bij. Als we de cijfers van 1947 verviervoudigen, dan komen we aardig in de buurt van de werkelijkheid. Dit was even een kleine bijsturing in vracht- kilometers. Het aardige is dat, als een wagen defect was en in de werkplaats stond voor reparatie, de chauffeur/eigenaar regelmatig kwam kijken of zijn wagen al klaar was want ze wilden niets liever dan onderweg zijn. De meest vreemde reparaties werden uitgevoerd. Zo reed er een aantal wagens waarvan de uitlaat en demper waren weggehaald en in plaats daarvan voorzien van een lange rechte pijp onder de laadvloer door tot aan de achterkant. Die A.A.T.- wagens kon je op grote afstand al herkennen aan het geluid, ze produceerden een blèrend lawaai. Dit was nog even een kleine toevoeging van de transport pelotons.


Poentjak

Dit is zo;n Ford “scheurijzer”

Bij de overdracht hadden we allemaal iets weemoedigs en een gevoel van afgunst, het materiaal waar we jarenlang zorg voor hadden gedragen, de wagen wat je eigen kleine wereldje was geworden werd nu in handen gegeven van zeer ondeskundig personeel, Het betekende het einde, tevens het einde van een land waar we veel op gescholden hadden maar wat ons zo vertrouwd was geworden, het werd nu definitief. 10 Nov. vertrokken we naar Kamp Makassar bij Batavia, het was er allemaal zeer primitief, maar we waren wel wat gewend en we gingen naar huis ! Bij het vertek van de kade was het eerst een gejuich, daarna werd het stil en zagen het vertrouwde Priok verdwijnen, heel in de verte nog een keer Edam, het vakantie-eiland later werd Java een grijze streep in de verte. En ieder had zo zijn eigen gedachte.
( zie verder vertrek Kota-Inten)
BeAl 406
Bijzondere lading. het A.Peloton.
Wat er aan vooraf ging, voor dat wij van Batavia naar Buitenzorg vertrokken heeft U al kunnen lezen in, b.v.”Buitenzorg en nog meer” betreft de voertuigen in negen dagen tijd, rijklaar te krijgen. En de grote verscheidenheid aan belading is ook al eens genoemd. Hier dan het verhaal van een chauffeur van het A.peloton, want in Buitenzorg begonnen onze werkzaamheden. Op het stafbureau werd alles geregeld op transportgebied, dag in dag uit werd daar een stille strijd gestreden om alles goed te doen laten verlopen, want vergeet niet, aldus Kapitein Willebrant, dat wij door de oorlog zwaar verarmd zijn, en het geld niet voor het opscheppen hebben. Zo is er dagelijks voor de brigade van 7000 mensen nodig; twee ton groente en anderhalve ton fruit, vervolgens 700 broden en voor de vleesconsumptie worden er 7 karbouwen geslacht. Het verzorgingspeloton heeft daarbij een belangrijke taak. Om te beginnen elke morgen vroeg rijden de chauffeurs van de transportpelotons de gehele dag af en aan om de fouragewagens (zie foto’s van Verzorgingspeloton) met de medewerking van een aantal koelies, op de binnenplaats van de verzorging te laden of te lossen ( zie ook het artikel Groenterijden van Tandjoer). Naast het gebouw was er een “veekraal” gebouwd waar een aantal karbouwen werd gestald en verzorgd. Deze beesten werden ook vervoerd per drietonner. Het laden van de koebeesten moest met tact gebeuren, de koelies waren er zeer bedreven in, een vriendelijk woord een duw en een vloek en het beest stond binnen, soms ging dat niet zo gemakkelijk, maar ontglipte er één en rende dan recht op een groepje chauffeurs af, dat dan haastig dekking moest zoeken. De beesten waren altijd terug te vinden want zij hadden de nare gewoonte om een bruin spoor na te laten. Korp.Herman Boekwijt v/h A,pel schrijft in Maart 1947 in “Convooi”, het nieuwsblad van 1-1-A.A.T., daarover een mooi artikeltje dat luidt als volgt: Op een maandag komt er een opdracht binnen dat 15 karbouwen met 3 wagens vervoerd moeten worden naar Bandoeng, met behulp van bamboe worden de drietonners lichtelijk verbouwd tot veewagens. Na een ellendig gemartel in het holst van de nacht om de karbouwen in de wagens te krijgen, gaat het konvooi op weg. De dieren zijn onderweg behoorlijk zenuwachtig en als het konvooi in Bandoeng aankomt ruiken de wagens niet fris meer en ook de buitenkant van de laadbak is lelijk besmeurd met koeiendrek. De volgende dag is het een nationale feestdag, een pracht gelegenheid om eens een dag toerist te zijn, en niet om auto’s te wassen. Er is een groot defilé, dus daar met de wagens eerst naar toe. Niet om mee parade te rijden maar om te kijken. In de parade niets dan mooie opgepoetste voertuigen die blinken in de zon, prachtig om te zien. Na een tijd wachten schijnt de colonne voorbij te zijn, en vertrokken onze drie auto’s om te wassen naar een spoelplaats. Maar daarin vergisten ze zich, ingesloten niet meer terug te kunnen moesten ze wel aansluiten bij de parade door Bandoeng. Het vijf rijen dikke langs de weg opgestelde publiek zal zich zeker verbijsterd afgevraagd hebben wat deze stankverspreidende wagens wel met deze parade te maken zouden hebben gehad.
Ook dit is A.A.T.
Minder plezierige ritten waren er ook, vooral in het begin, de enorme slechte wegen (waar al eerder over is geschreven), je probeerde wel zoveel mogelijk de diepste kuilen te ontwijken, maar toch werd je noch flink door elkaar gemangeld. Het werkplaatspeloton hebben we toen veel werk bezorgd, dagelijks waren er gebroken veerbladen, lekke radiatoren, kapotte V-snaren, etc. Bovendien was er een enorm tekort aan onderdelen, veel moest er geïmproviseerd worden, steeds opnieuw zijn de monteurs daar wonderwel in geslaagd. De chauffeurs bleven ook graag rijden het was hun taak en het gaf toch een zekere voldoening om de weg op te gaan ondanks soms de gevaren die ook aanwezig waren. Vooral tijdens en na acties de vele wegversperringen, blokkades en beschietingen hebben menig angstzweetdruppeltje gekost. Na ruim drie jaar zijn er honderdduizenden kilometers door de chauffeurs afgelegd. Helaas hebben we vier jongens moeten missen die dodelijk zijn verongelukt. En wij voor altijd moesten achterlaten op het Ereveld “Menteng Poeloe”
Voor ons A.A.T.-ers een tijd die wij nimmer zullen vergeten.
Henk Peters A.pel.

BeAl. 605
Je zou denken, wat heeft dat nu met elkaar te maken, nou een heleboel,lees maar verder.
Groenterijden.
De dagelijkse groente voor het al eerder genoemde verzorgingspeloton, en dus voor de hele brigade, zie ook de bedrijvigheid op de foto, werd met meerdere wagens bij een Chinese handelaar in Tandjoer gehaald. Tandjoer ligt ± 60 Km. Van Buitenzorg, het huidige Bogor. De chauffeurs waren over het algemeen gek op zo`n ritje, want tijdens het laden van groente en fruit, mochten de chauffeurs op kosten van de handelaar gaan eten aan de overkant in een heel goed Indisch eettentje.. Begrijpelijk vielen deze ritjes, letterlijk, goed in de smaak bij de jongens van de transport. Ook ging men daar zakken vullen met lekkere dingen op kosten van de “groentechinees”. Zo goed zelfs dat, wanneer zij om andere reden dan een groente en fruitrit, door Tandjoer kwamen, zij in het bekende restaurant op kosten van de”groentechinees”gingen eten. Dit duurde natuurlijk niet zo lang, want ook onze groentechinees was zakenman en stak daar een worteltje voor, daarna kregen alleen de groentechauffeurs een tegoed bon waarmee zij naar het restarant konden gaan.
Manditon.
Na zo`n hier boven genoemde rit, in de stoffige hitte had jr behoefte aan een lekker mandibad , hier noemen we dat een douche , maar in Ned. Indië is dat een grote, of meerdere tonnen met koud water waar boven een kraantje loopt, met een blik gooi je dan het koude water over je heen waar je lekker van opfrist. Na zo’n rit dus gingen wij, Piet en Cees naar de mandiruimte om ons op te frissen en wie zagen we daar staan, Willem Jeijsman, dachten wij, zonnder ons te bedenken, al hadden we het afgesproken, pakten we ieder een been en lieten hem in de ton zakken , en wij wegwezen. Om de hoek van de mandiruimte bleven wij staan, de verwensingen waren niet van de lucht. Wij schrokken misschien nog het meest, want het was niet Willem Jeijsman die wij te grazen hadden genomen, maa de stem van Kpt. Obelonsky, onze pelotons commandant. Zonder sterren op zijn billen was dat ook moeilijk te zien, want van achteren leken ze wel op elkaar. Op het appèl deed hij nog navraag wie hem dat gelapt had, maar niemand gaf daar antwoord op. Kpt. Obelonsky was ook maar een klein smal mannetje, kwam soms wat verlegen over maar dat was hij beslist niet. Hij had als vervoermiddel een 1½ tonner.

De 1½ tonner van Kpt.Obelonsky

Injecties.
In de tropen kregen wij regelmatig injecties, ik meen zo om de vier maanden een stuk of drie tegelijk, dit was altijd een heel bijzonder gebeuren want al het personeel moest dan naar een centraal punt b.v. naar de hulp verbandplaats. We stonden dan in de rij onze beurt af te wachten , zo schoven we, onderwijl grappen en grollen uithalend , soms niet al te zachtzinnig , zo langzamerhand naar de tafel waar een paar hospikken met de spuiten klaar stonden. We kennen allemaal wel het beeld , als je een injectie krijgt, wordt eerst even de spuit omhoog gehouden om de overtollige lucht er uit te drukken. Er zijn mensen die er niet tegen kunnen om te zien hoe een injectie wordt gegeven, zo ook Brammetje, het kritische punt is, als je vlak bij de plaats bent waar geprikt wordt. Als Kpt. Obelonsky bijna aan de beurt was, dan wilde iedereen achter hem staan om hem op te vangen, want steevast ging hij elke keer onderuit, hij werd dan opgevangen een beetje gejonast en opzij in het gras gelegd, soms hielp een emmer water om hem weer bij zijn positieven te brengen. En dan dus toch nog geprikt moest worden.
Sawah’s onderweg naar Tandjoer.
Was getekend en opgetekend
C.d.B. - B.A.
305