Reiziger naar Buitenzorg

REIZIGER NAAR BUITENZORG

Toen julie, jonge mannen van de A.A.T. destijds van ons wegvoeren. Op die inmense troepenschepen, op weg naar dat woelige Indië van kort na de oorlog,  bleven wij hier achter, wij…vriendinnetjes,verloofden, vrouwen en moeders….dŕŕr stonden we dan: met lege armen en hoofden vol onbegrip, om wat jullie en ons overkwam. Ik was ččn van die vriendinnetjes, van dat eerste uur, zoals men dat  noemt; Ččn van hen die zo bewust (ondanks al die duizenden  kilometers die ons scheiden) alles heeft meebeleefd.Door middel van zovele foto’s en brieven heb ik geprobeerd om jullie leven daar op Java te volgen en mee te beleven. En zo werden geleidelijk aan: het Molenvliet in Batavia, garage de Vries, het   14e Bat. De Politiepost, de Bantammerweg ‘s lands Plantentuin en Maxim in Buitenzorg, bekende woorden čn beelden voor me. Evenals namen, zoals; Piet, Bert, Theo, Bep, Herman en Jan (om maar enkele te noemen)  ik las over de gevaren van het rijden over de intens slechte wegen Als jullie er met de wagens op uit moesten, over de geniepige hinderlagen en beschietingen van de “peloppers”, die onzichtbare vijanden, die overal konden zijn. Ik huilde mee, als ik las over een”sobat”van jullie , die beschoten werd, of verongelukte… kassian, die arme donders ! Ik hoorde over baboes, kleine bruine jochies (zoals het vemtje Mordan) over gastvrije Indische families en mooie bruine meisjes.  Met ččn van die neisjes uit  Buitenzorg, Moessenbekker, die op Gedoeng Halang woonde, heb ik nog lang gecorrespondeerd, totdat ňňk zij met haar familie begin 1950, kort na jullie veilige thuiskomst, hier in Holland aankwamen, en tot op de dag van vandaag zijn we vrienden gebleven. Ik zei het al, na ruim drie jaar mochten jullie weer naar huis, naar Holland… naar ons…moesten jullie weer proberen een nieuw leven op te bouwen. Samen met “mijn” soldaat zijn ook wij aan onze gezamenlijke toekomst begonnen. In voor en in tegenspoed, in goede en in slechte tijden.

                                            --------------------------------

Tot er voor enkele jaren terug, opeens een “wonder “op mijn pad kwam…. Een reis naar Java…waar de zoon van die A.A.T.er en mij, voor 3 jaar samen met zijn gezin werd gestationeerd.  Toen werd Java dat smaragdgroene eiland. In de Indische Oceaan, voor mij ook werkelijkheid ! Na mijn landing op het vliegveld van Jakarta, waar de vochtige hitte als klamme lappen om me heen sloeg, stond ik daar, met vlinders in mijn buik……. Ik was op Java; Ik , dat meisje –van- toen, die zo met jullie had meegeleefd, mocht met de ogen van dat ouwe –meisje—van-nu proberen om heden en verleden aan elkaar te weven. Toch heb ik in het bomvolle Jakarta van nu, het oude –Batavia- van toen terug gevonden, kleine stukjes en beetjes. Blij verrast liep ik op Sunda Kelapa, op de Pasar Ikan, de oude Hoenderpasarbrug, het Fatahilah-plein met het oude stadhuis weleer, en het voor jullie zo bekende Paleis van Justitie. Ontroerd stond ik op Menteng Puluh….. ach al die vele, vele graven daar van hen die niet meer met jullie mochten terugkeren. Aduh zoveel oud zeer! 

Pag.2.

Samen met die zoon van mij en met aan de hand de kleinzoon, (die in Jakarta geboren is)  gingen we ook enkele malen naar Bogor, zoals ze jullie Buitenzorg nu noemen; om te proberen voor even in jullie voetstappen te gaan. Beleefde ik een wonder, toen we vonden en vaak zo onveranderd waarop we nooit hadden durfen hopen ? stond ik daar niet bij “Garage de Vries “ (nu Panaragan Motors ) ,stond dat er gewoon niet te wachten, tot ik zou zeggen, ja hier verbleven onze jongens ? ( De pasar die er voor is, heet nog steeds “Pasar de Vries”) Ging ik niet over de spoorbomen, langs “Toko de Zon” (nu Matah Hari) Ook de politiepost heb ik bekeken, het is nu nog steeds een politiebureau (vroeger de werkplaats) uren brachten we door in de Kebun Rayah de schitterende plantentuin, uit vroeger dagen…. Ik liep over Gedung Halang, door Sempur, en over het bruggetje over de Kali, weer omhoog naar de grote Postweg van voorheen. Ik sjeeste in een becak, reed over de Puncak, daalde te voet af naar de krater van de Tangkuban Perahu. En de borrelende zwavelbronnetjes van de anak Tangkuban Perahu, en at een daar in gekookt eendenei…… Ik mocht vredig groene sawah’s zien en rookpluimen boven de vulkanen, Lachende kindertjes en karbauwen in de Kali, ik luisterde naar de gamelanmuziek en zag de tokeh’s wegschieten tussen de muurspleten. Ik verkoelde mijn ouwe, warme voetjes in de Indische Oceaan, in het water van straat Soenda en in de Javazee…. Ik rook de geur van kretek-sigaretten en de lieflijke Melatie bloem. Nčč, ik was geen tourist,ik was een reiziger, een ondezoeker… sterker nog ik ademde Java in,  om het nooit meer los te laten…ik sloot het in mijn hart voor al die jaren die ik nog mag gaan. …In al die weken die ik op Java mocht zijn, heb ik me “senang”gevoeld, gewoon “happy”, omdat Java en ik een band hadden. Is dat de “stille kracht”” van Java ? de Goena-Goena “? Die nu ook maakt, dat ik jullie hier mijn verhaal vertel ?   Misschien zeggen de “nuchteren” onder jullie wel; Dat mens heeft een beetje Tropenkolder…” Dat mag hoor !

Maar ik denk er het mijne van !   Kijk maar naar die prachtig, videofilm van

Bert , en Java leeft ook weer voor jullie.  Het gekke is , dat jullie allemaal hier toch ook die verbondenheid voelen ?  door al die jaren heen…en…wedden en hopen dat blijft zolang we er allemaal nog mogen zijn!

Het ga jullie allemaal goed…gewoon tot de volgende reünie, hč. 

Trijny Looper      

Reünie 1-1-A.A.T. 

1e Div 7 Dec

12 Sept.1998 Stroe  

beal1005