|
Het kapiteintje |
Kapitein(tje) want hij was maar klein, Sjefke was ook maar klein, maar was bijna een kop groter dan het kapiteintje, ook Brammetje was nog groter, zo klein was dus het kapiteintje. Ook jaren later toen ik hem weer zag, zat hij in een klein stoeltje en was het nog een klein, eigenlijk smoezelig manneke, hij zat ook wat achteraf een beetje opzij, dat hoefde toen niet meer dat is hem toen ook wel gezegd maar hij zat daar.In de jaren 1946 – 1949 liep de kapitein er altijd keurig bij in een glad, van het rijstwater, gesteven uniform, soms in een korte lange broek en soms in een lange korte broek. Dan zag je onder het te lange korte broekje een paar melk-flesjesachtige lichtelijk roze behaarde beentjes uitkomen die in glimmend, door de djongos gepoetste schoentjes staken. Ook het overhemd zat altijd netjes in de plooi en glom als de pest van het rijstsap, bovenop het kapiteintje stond altijd een “kepi” ook dit glom als de rest.Om het smoeltje zag alles er ook altijd gladjes uit, ik vraag mij af of ook de baboe dat heeft verzorgd.Zie hier dus het kapiteintje.
En toch was het kapiteintje de directeur van het circus, een vrij grote verantwoordelijkheid, hij zat dan ook veel,heel veel in zijn kantoor, niet veel circus artiesten hebben hem regelmatig gesproken, vandaar dat hij ook altijd geplooid mooi schoon bleef. Af en toe moest de kapitein wel eens weg, b.v. naar het paleis dan werd hij gereden, of naar de wijk achter het paleis dan reed hij zelf, er was toch een verschil nietwaar.Als hij verder weg moest dan gingen er vaak twee man mee in zijn Oldsmobile of met de JEEP , voor de niet ingewijde de Oldmobil was een pers. wagen en zat je dus binnen, bij een Jeep, is bekend, zat je buiten.
Op een goede dag moest hij, het kapiteintje dus, naar een nogal feestelijke gebeurtenis, hij zag er meer dan keurig uit, alles wat wel of niet op of aan hem paste zat er aan, wij, dat waren de twee die gewapend met automatische wapens als begeleiders en beschermers mee moesten, keken onze ogen uit, zo’n kapitein hadden wij nog nooit gezien, zoveel kroonkurken, het leek wel een wandelend veldslagen museum en wij waren toch al heel lang in dienst en dus wel wat gewend.
We moesten met de jeep, ook netjes schoongemaakt, naar Batavia, alle drie netjes opgedoft, de kapitein rechts voorin een van ons achter het stuur, een achterin en de wapens onzichtbaar weggeborgen. Wij brachten de kapitein naar waar hij moest zijn, en of we hem om ongeveer half tien maar weer kwamen halen, het was nog vroeg in de middag en wij togen naar “Zandvoort”een strand in de buurt van Priok, waar wij ons best vermaakten.
Later op de afgesproken tijd en plaats haalden wij De Kapitein weer op, het was dus inmiddels al donker. Maar wat zagen we nu de kapitein was ontdaan van al zijn kroonkurken en ornamenten. De rechtse zitplaats werd weer ingeruimd voor” de kapitein”, maar nee hoor de kapitein moest achterin en de bewaking schiet klaar voorin, chauffeur, zo snel mogelijk via Depok en Cibinong naar Buitenzorg. Voorin,in een open voertuig is gevaarlijker dan achterin en snel rijden geeft minder trefkans, he`was ons kapiteintje bang, wij dachten van wel, was hij ineens toch liever circusdirekteur dan kapitein? De volgende dag kon hij wel weer kapitein zijn, en dat was hij ook, helemaal op zijn eigen manier.

Dit was het kapiteintje.
B.A.