|
Humber |
De stafwagen: De Humber
De chauffeur: Cees de Bruin
Hier het verhaal van de chauffeur: Regelmatig
moest ik de commandant overal naar toe brengen voor besprekingen in het paleis
in Buitenzorg of elders b.v. in Batavia of Bandoeng. Maar ook s,avonds als hij
met kapitein Willebrands naar een adres moest waar een paar verpleegsters
woonden. Daar kon ik dan zo,n beetje de wacht houden tot de heren weer terug
gingen, dat heb ik twee keer gedaan en vond dat genoeg, om de hele avond zonder
drinken daar rond te hangen, en de opdracht had om een beetje als bewaker op te
treden. op mijn manier heb ik hem toen verteld dat ik hiervan baalde.
Aanvankelijk wilde hij hier niets van weten, maar toen ik begon over
overplaatsing naar een transportpeloton, kreeg ik toch mijn zin, en werd het
allemaal wat soepeler. Het verhaal gaat eigenlijk over de Stafwagen, de Humber
is een beetje eem voorloper van de huidige Range Rover alhoewel er grote
verschillen zijn, de opbouw was voor een groot deel een houten konstruktie, maar
het was een comfortabele wagen en ik onderhield hem goed, was er erg zuinig op.
Toen het veel veiliger werd richting Batavia ging mijn opdracht gever en de
kapitein met gezelschap, van de verpleegsters naar b.v.Priok als er een boot van
de H.A.L. was binnengekomen er werden dan zeer uitbundige feestjes gegeven en
daar hadden ze mij niet bij nodig. Later hoorde ik dan de verhalen wel hoe snel
ze er over hadden gedaan van Priok naar Buitenzorg, ik had dan een gevoel daar
gaat al mijn zorg voor die mooie wagen. Toen was het met mijn zorg ook gebeurd
en was het scheuren maar, wij oud A.A.T.ers weten allemaal hoe slecht de wegen
toen waren, je reed van gat naar gat en manouvreerde er om heen, al snel maakte
ik recordtijden, het kwam natuurlijk de wagen niet ten goede en dat bleek ook al
gauw. Op een keer waren we onderweg naar Batavia en hoorden we een hevige knal
mijn passagiers doken weg en dachten op zijn minst dat we beschoten werden, maar
dit soort knallen had ik wel meer gehoord, nadat we uitgestapt waren bleek het
een gebroken veer te zijn, mijn passagiers hadden geluk en konden al vrij snel
met een lift mee,na de veer te hebben ondersteund kon ik langzaam terugrijden
naar Buitenzorg de afstand was niet zo ver meer.
De Humber naar de werkplaats.

Een Humber veer was nergens te krijgen, dus goede raad was nodig. De volgende dag komt Majoor Visser naar het commandantje van de Wpl.ook wel, circus Voogd genoemd, om overleg te plegen over zijn gebroken veer, besloten wordt om de veer te lassen in een circus is uiteindelijk alles mogelijk. Enfin wat niet kon werd toch gedaan alles weer gemonteerd en ! sche.... rijden maar nu zat er op het eind van de Bantammerweg een groot gat en daar ging ik lekker doorheen, en ja hoor een knal en weer raak natuurlijk. Terugkomend stond De Majoor al te wachten en vroeg hoe of het was, nou Majoor hij is weer prima, nou dat komt goed uit want je moet mij snel even naar het paleis brengen, nou majoor dat duurt toch even want ik moet mij eerst even omkleden, de majoor kon niet wachten en ging dus wel even alleen, met andere jongens stond ik binnen te wachten hoe dit af zou lopen en ja hoor kort daarna kwam hij alweer binnen en begon te schelden op die rotveer, en vertelde toen, ik ging door een heel klein kuiltje en een knal en dus weer kapot. De Majoor A.F.Visser heeft dus nooit geweten dat niet hij, maar ik de tweede keer de veer stuk heeft gereden. Later ben ik toch overgeplaatst naar een transportpeloton, maar dat had niets met de Humber en zijn Majoor te maken.
De chauffeur; Cees de Bruin