|
Buitenzorg en nog meer |
Wij mochten dan vijf jaar oorlog achter de rug hebben maar dit was helemaal nieuw, we waren in een andere wereld terecht gekomen. Een voorval in de periode Batavia wil ik u niet onthouden, op die bewuste middag was ik met een vriend de stad in geweest en kwam verhit en bezweet terug in het, oude geb. van Justitie, in de beneden stad, waar wij tijdelijk gehuisvest waren. En besloot ik om te gaan mandiën, de badgelegenheid was op een open midden terrein daar vandaan liep ik, een handdoek omgeslagen, naar de kamer, ik stond met mijn rug naar de deur, in mijn blote niks nog geen vezel aan mijn lijf, toen er iemand vroeg, en hoe bevalt het je hier, nou dat gaat wel,was mijn antwoord, maar begon meteen te schelden op die smerige stretcher waar wij op sliepen, die na een nacht al doorgezakt waren en je dus met je rug op de grond lag.
Toen ik een stap achteruit deed en mij omdraaide, nog steeds geen vezel aan mijn lijf en ik er uit zag ongeveer zoals ik geboren was, in mandi tenue dus, schrok ik wel even, want in beter gezelschap kon ik mij niet bevinden, wie stond er voor mij op nog geen meter afstand, ja juist, < Generaal Durst- Britt > met Kol.Helms en Maj.Visser. Vlug heb ik een handdoek omgeslagen, en het werd een gemoedelijk gesprekje over de zeereis en mijn bevindingen in Batavia. Hij wist natuurlijk ook wel dat een Generaal er bij de manditon net zo uitziet als ik op dat moment.( volgens insiders was ik knapper )
2.
Dan is er nog een bijzondere gebeurtenis geweest in de periode Batavia, maar daar hoop ik nog eens op terug te komen. We gaan nu verder naar Buitenzorg onze reis van Batavia naar Buitenzorg, ± 60 Km. heeft ruim drie uur geduurd vanwege de slechte wegen in de stad maar vooral buiten de stad via Molenvliet, Noordwijk Weltevreden Meester Cornelis de stad uit, toen we zover waren hadden we al heel wat K.m. en oponthoud achter de rug. Via Depok en Cibinong, meer door dan om de kuilen, veren en schokbrekers kregen het hard te verduren en wat denk je van de jongens achter in de bak, door naar Buitenzorg. Tijdens deze eerste rit naar Buitenzorg zijn er geen kippen gesneuveld toen was de A.A.T. nog geen A.A.T. dat kwam pas later, na nog een paar lelijke bochten, de brug over de Ciliwung over, en even later passeerden we aan de rechterkant de renbaan en de Goodyear en toen zagen we voor de eerste keer de “NAALD “ over de Postweg recht vooruit het paleis van de G.G. wat hier ook weer opviel waren de zwervers volwassenen en vooral kinderen, en natuurlijk bedelen om makan en rotti, het zou ons later veel duidelijker worden.

Hier ook opvallende verwaarlozing van huizen en gebouwen gemetselde omheiningen kapot en vervallen zwart en groen half ingestorte huizen verbrande huizen etc. langs hotel Salak, ook dicht gespijkerd, naar de Bantammerweg, langs de R.K.kerk ook grijs en grauw, alles wat wit behoorde te zijn was sinds jaren niet onderhouden. Er waren geen warongs en toko’s (winkels) wat winkel zou moeten zijn was leeg of afgesloten het openbare leven bestond niet meer.
De transport pelotons werden ondergebracht in leegstaande gebouwen aan de Parkweg, (zie de later gemaakte groepsfoto’s van het A. en B. peloton ) de staf in een paar leegstaande gebouwen aan de Bantammerweg.

Het verzorgingspeloton kwam veel verder in de stad in de buurt van de Chinese wijk in een ruime accommodatie gestationeerd. Het werkplaats peloton kwam over het spoor in, voorheen = Garage de Vries = aan de Pannaraganweg (het gebouw heet nu, Panaragan Motors) achter op het terrein waren twee leegstaande bungalows waar wij werden ondergebracht.( zie fotogalerie, ons eerste onderkomen) Onze locatie bleek later grote voordelen te hebben, maar dat moesten we nog ontdekken.
3.
Op de middag van de eerste dag liep Serg.Snel met grote passen over het terrein, wijzend jij en jij en jij enz. vanavond op wacht en ik was de pineut als wacht commandant, ingewijden weten nog hoe het terrein er ongeveer uitzag, op het einde van het terrein liep het stijl naar beneden en daaronder, ± 10 m. lager de kali, (rivier) Later zou deze kali nog een heel andere rol gaan spelen, boven de kali werd ons toilet gebouwd, vier naast elkaar, schildpadden er onder ! ! (dit vraagt geen verdere uitleg ) Aan diverse bomen waren lichtbakken bevestigd om het terrein s’nachts te verlichten, en het zo te beschermen tegen ongewenste gasten. Middernacht ging ik het terrein over naar de verste schuttersput, altijd onder de bescherming, achter een lamp, en van boom naar boom, toen ik ineens een vreselijke doffe dreun hoorde vlak bij mij, ik schrok mij wezenloos en bleef stokstijf staan, ik wist niet beter dan dat het voor mij bedoeld was, maar ook dat men mij gemist had. Na een poos stil te hebben gestaan zag ik in de verte wel heen en weer gaande lichtjes, dat zouden dus wel de daders zijn geweest vermoede ik. (later leerden wij dat die dansende lichtjes vuurvliegjes waren) Na een poosje wilde ik wel weg want op de plaats waar ik stond begon het ondragelijk te stinken.

Later toen het al licht was, ben ik nog weer gaan kijken, wat was er nu gebeurd, ik had net onder een DOERIAN boom gestaan en net op dat moment viel er zo’n overrijpe, zo groot als een dubb.voetbal naar beneden, en die dingen stinken als een beerput. Later is er nog een soortgelijk voorval geweest, het ging om een grote plant die af en toe door de wind werd bewogen, om herhaling te voorkomen moest je dus overdag gaan kijken wat er was geweest. Ook dat moesten wij nog leren. Dit waren een paar grepen uit de eerste dag Buitenzorg. Het achterterrein gaf een prachtig uitzicht naar de Gunung Gedeh, later ontdekten we dat er vanuit het achterterrein nog meer mooie uitzichten richting kali te bewonderen waren. Na de dienst werd de tijd meestal besteed met brieven schrijven kaarten en slapen, uit gaan was er de eerste periode niet bij om de eenvoudige reden dat er helemaal niets was, behalve dan de Plantentuin, maar dat waren meer de weekend uitjes. Een kantine of iets wat daar op leek hadden wij niet. Zodra je buiten het hek kwam ontmoeten we een grote groep zwervers, meest kinderen maar ook volwassenen sterk ondervoed en dus vermagerd, verder een lege straat met lege huizen en toko’s. Toch was er vrij snel een handige chinees die daar wel een boterham in zag, het was John direct rechtsom buiten het hek.
4.
Hij opende wat je nu zou kunnen noemen een soort eethuisje, je kon er wat drinken en wat eten, in het begin was dat nog maar een flesje twijfelachtige limonade en een zakje pinda’s. Maar later werd dat ook een bord nasi en een liter fles ijskoud bier van een bekend Hollands merk. Het duurde dan ook niet zo lang of; ”het hele traktement van het regiment ging naar deze leuke tent “ Al spoedig werd deze gelegenheid ook door de andere A.A.T.ers ontdekt en bezocht, en John voer er wel bij, soms ging het ook wel eens wat te heftig, maar John liet een hoop toe want wegsturen koste klanten en dat waren roepia’s. Nog een heel vreemde bijzonderheid, wat wij niet verwacht hadden was, dat recht tegenover ons, aan de overkant van de straat, “de vijand, de T.N.I.” zat het was dus een onbegrijpelijke situatie.

In het dak van het huis zat een klein dakraam ± 40 x 40 Cm. hier zat de hele dag iemand voor om de situatie bij ons te observeren. Op een nacht, ook een wachtdienst waarschijnlijk, ben ik eens het hek uit gegaan, rechts af voor John langs richting brug, daar telde ik toen, over een afstand van ongeveer 150 m. 91 slapende, in lompen gehulde, mensen aan, kinderen en volwassenen. Overdag stonden deze mensen bij de ingang te vragen om “makan”(eten), hun enigste bezit was een leeg conservenblik, onze KOKS de zeer bekritiseerde maar hoogst gewaardeerde Bertus Heynz en Wout Hellings, maakten zo ongeveer de helft meer voedsel klaar dan nodig was, wat er over was werd s’avonds bij de ingang uitgedeeld.
Langzamerhand gingen er meer winkels en gelegenheden open en werd de boel wat opgeknapt, zo kwam er een bioscoop “Centraal” aan de Parkweg en later nog een bioscoop aan de Panaraganweg “Maxim” Ook “Foeks restaurant”ging open en was in trek, Foeks had een eigen asbak met opschrift, het duurde dan ook niet zo lang of op alle kamers kon men Foeks asbakken terug vinden, de verdwenen asbakken werden vervangen door minder interessante exemplaren en werden dus niet meegenomen. Nog even over de asbakken, later, jaren later eind 1949 kort voor dat we weer naar huis gingen zijn we massaal bij Foeks gaan eten na afloop hebben we een tafel vrij gemaakt en daar de, geleende, asbakken in piramidevorm opgestapeld en terug gegeven. Misschien is er nog wel iemand die zo’n geleende asbak thuis heeft, maar die wordt nog terug gebracht.
5.
Nog zie ik Dhr.Foeks naar ons toe komen, hij wist wel waar ze gebleven waren, maar vond dit een smakelijke grap. Terug naar John, in deze tijd zouden we dat een hangplek genoemd hebben, want in onze vrije tijd waren we daar veel te vinden. Verjaardagen en andere evenementen werden hier bevochtigd, ook Koninginnedag en oud en nieuw, met name de eerste keer de jaarwisseling 1946 –1947 werd zeer luidruchtig gevierd, Arie Plooi schoot met zijn sten tussen zijn tenen door, bij het neer zetten ging dat ding af, een schaafwond aan zijn grote en tweede teen.

Nog erger was dat we de volgende ochtend ontdekten dat we een aantal bedradingen van de stroom en telefoon voorziening hadden kapot geschoten, dus een klusje voor de elektriciens . Ook het Chinees Nieuwjaar werd mee gevierd, meestal op onze eigen manier, en natuurlijk met het nat van de bekende merken. Als ik mij niet vergis vond dat plaats zo half Febr. het doet mij denken aan een groepje jongens, laat ik maar wat namen noemen, de betrokkenen weten het wel, Piet Faber – Cees v.Dorst – Cees d.Bruin - Bertus Westrate en nog een paar niet meer bekende namen besloten bij en met John het chinees Nieuwjaar te vieren. Het begon met John en zijn vrouw een goed en gezegend Nieuwjaar te wensen, en dat ze wat bij hem wilden eten en drinken, en verwachten van hem dat ze vanwege zijn feest de gasten een paar gratis drankjes zouden krijgen zodat zij konden proosten op zijn voorspoedig jaar. Maar daar voelde hij niets voor, toen zijn zij maar voor eigen rekening begonnen,John hoorde zijn kassa al rinkelen,maar ze hadden nog een voorstel voor hem, wie het laatst bij de spoorbomen was moest het gelag betalen, nou dat leek hem wel wat, en wij dus rennen naar het spoor ± 200 m. verder en toen op ons gemak weer terug. Wie de laatste was heeft hij niet kunnen zien en dus was het gelag voor hem, later hebben we een compromis gesloten zo dat de drankjes voor hem waren.
Inmiddels was het werkplaats peloton verhuist naar de Bantammerweg en hadden we daar een eigen kantine ingericht ( zie foto)

ook waren er andere gelegenheden geopend, en het AMVJ gebouw was dicht bij waar regelmatig leuke avonden gegeven werden. En John was niet meer onze naaste buurman. En waren ook de transport pelotons verhuist van de Parkweg naar de oude rijstpellerij in Ciomas, maar de toeloop naar John bleef wel. Diverse pasars waren weer in bedrijf, in de Chinese wijk was weer volop handel, Het was goed om in Buitenzorg te toeven.
6.
Beschieting ? ? ? “Tangsi de Vries “-
Terug denkend aan de eerste periode Buitenzorg, en dus aan tangsi (kamp) de Vries. Het gaat dus weer over de werkplaats. Eigenlijk was het een hele rare onbegrijpelijke situatie, recht tegenover ons aan de overkant van de Panaraganweg stond een bungalow, in die bungalow lagen officieren van de T N I (Tentara Negara Indonesia) het leger van de Republiek Indonesië, dagelijks zagen wij “militairen“ (vaak kon je niet zien of het militairen waren) naar binnen gaan; soms kwamen ze in de meest vreemde voertuigen aan. Na een betrekkelijk korte tijd zijn ze toen vertrokken, de Nederlandse militairen kregen steeds meer vat op Buitenzorg en omgeving. Kort na hun vertrek zijn onze officieren en de staf in die zelfde bungalow getrokken. Dit gaf ook een efficiënter gebruik van de nodige wachtposten. Het wachtlokaal was een betrekkelijk kleine ruimte direct naast de garage, op het achterterrein stonden twee bungalows, in de bungalow rechtsachter was het stafpersoneel gehuisvest, het werkplaats- personeel lag in de linker bungalow (zie foto),

achter de bungalow tot aan de kali was een muur van ongeveer 2 m. hoog. Nadat we daar een korte tijd gelegerd waren werd er op een avond hevig geschoten van achter de muur. Niet wetend wat er aan de hand was, gingen wij dus allemaal gewapend in dekking. Alle kamers hadden aan de achterkant dubbele tuindeuren die weinig beveiliging boden. Af en toe voorzichtig om het hoekje kijkend, zagen we niets en het vreemde was dat er ook geen kogelinslagen waren. We begonnen aan deze situatie te wennen want dit gebeurde regelmatig. Het was dus gewoon intimidatie, het begon ook meestal op een vaste tijd. Als een paar van onze wachten er naar toe gingen. was er niets meer te zien. Later hebben de jongens van de Irene Brigade een deel van de wachtdiensten overgenomen vanwege de drukte in de werkplaats. Een paar van deze jongens ging vroegtijdig, ruim voordat normaal het schietfestijn altijd begon, vanaf de andere kant in dekking achter de muur en wachten zo de “kermisgangers” op. Er zijn toen een paar schoten gevallen, maar daarna nooit meer. Door de enorme drukte, de voertuigen behoorden op de weg te zijn, en de werkplaats leeg, konden dus onze eigen mensen niet overdag in de garage, en ’s avonds en ’s nachts op wacht. En dus werd er assistentie van de bewakingstroepen verleend. Het achterterrein was vrij ruim en grensde aan een kali.
Een meter of 7, 8 lager aan de andere kant van de kali liep een pad begrensd door een heg en daar achter was het terrein weer een heel stuk lager. Daar ligt de sawah, omzoomd door een kampong. En dan in de verte de Gunung Gedeh, het was een prachtig uitzicht. Terug naar de wachtposten. Links helemaal op het achterterrein was een mitrailleur- opstelling, hier zat altijd een wachtpost. Op een bewuste nacht, ondergetekende had toen ook dienst, zo om een uur of twee, hoorden we twee schoten. Allemaal stonden we meteen paraat, direct daarna kwamen de beide wachtposten naar voren lopen, ogenschijnlijk allebei nogal geschrokken. De een liet me zijn mouw zien en vertelde gebarend: “ze hebben op me geschoten”. Zijn mouw was helemaal opgerold tot boven zijn elleboog (na 18.00 uur mochten we niet meer met opgerolde mouwen lopen, vanwege muskieten en de eventuele malaria). Het was de man van de bewakingstroepen die de gaatjes in zijn mouw had. Zij gingen direct weer naar hun posten op het achterterrein. Kort daarna hoorden we weer schieten, dus wij, dat zijn de mensen die in het wachtlokaal waren, met onze wapens naar het achterterrein. Ik vertrouwde het niet helemaal, een opgerolde mouw met een paar kogelgaten precies in het rolletje van zijn opgestroopte mouw?? Maar de “beschotene” was druk gesticuleert, wijzend daar en daar, en het knalde er maar op los, het leek wel Oudejaarsavond. Want wat was er inmiddels gebeurd: de officieren van de overkant hadden de schutterij ook gehoord en waren dus massaal naar het achterfront gekomen en lagen daar zij aan zij in het aardedonker, met pistooltjes, stens en revolvers en alles waar maar lood uit kwam, op vuurvliegjes te knallen. Ik denk dat er geen één geraakt is. Of de mensen in het achterliggende gebied geschrokken zijn, dat weet ik zeker, en wat er met onze mouwloze wacht is gebeurd laat zich raden. Vuurvliegjes geven door het beeld van hun golvende vliegbeweging in het donker de suggestie dat er iemand loopt met een sigaret aan. Ik denk niet dat de vijand ons al rokend zal aanvallen.

Foto’s op pag;
2- Naald en Paleis ingang
3- garage de Vries, met links John
4- tegenover garage de Vries, in het huis met het rode dak zaten in de begin T N I officieren.
5- AMVJ Geb. en Gunung Salak

BeAl 405-306