Berging en sleepwerk

Berging en sleepwerk

1.

Met veel wagens op de weg en dus heel veel kilometers, zoals we al eerder hebben gezien, ligt het voor de hand  dat er wel eens schade kan ontstaan, hetzij door een defect of door aanrijding, of inrijding denk hierbij aan, sawah’s kali en ravijn. Deze wagens moesten dan weer op de weg en, of naar de werkplaats gebracht worden voor herstel. Het bergingsmateriaal bestond uit twee daarvoor gespecialiseerde sleep – takelwagens. Een “Scammel” , dit was een grote zware logge wagen met veel vermogen.

Door ons omgedoopt tot ”KRUIMELTJE”. En een Leyland, eigenlijk onderdeel van de storewagens, deze had een 4 cil. Benzinemotor, gebouwd op basis van het Engelse bus chassis. er was geen cabine alleen een voorfront tot even boven stuurhoogte. Ook geen voorruit dus je zat altijd in weer en wind. Hoog boven de achterbak liep een zware din balk tot ± 1½ m. voorbij de achterkant, waar aan een Westontakel, degelijk en oersterk, maar ongeschikt voor ons werk, we hebben dit toen gewijzigd en omgebouwd en de achterlier via de hijsbalk laten lopen. Van de  Scammel zijn op zich weinig heldendaden bekend, hiervoor verwijs ik naar  het hierna geplaatste verhaal “Krantenbericht “van 3 Februari 1949, je ziet daar het circus-kapiteintje zwaaiend voorop de Scammel zitten. De klus werd geklaard door tussenkomst van zijn zus, de “LEYLAND” De laatste actie van de Scammel, was ik dan ook zelf bij betrokken. Het was  op de Puncak. Op een avond laat zo om een uur of negen komt er een bericht dat er een wagen geladen met munitie door de remmen is gegaan en tot stilstand is gekomen tegen de bergwand, de chauffeur was Cees v.Drie . Jan Roede was de chauffeur van de Scammel, samen zijn we er naar toe gereden, Cees was maar wat blij toen hij ons hoorde aankomen , toen wij uitstapten bleek daar ook wel reden toe, om ons heen, beneden in het ravijn en in de verte was het een hels kabaal van de nodige tam-tam trommels , soms kortbij en dan weer verderweg. Het had het karakter of ze berichten doorgaven. het klonk gewoon onheilspellend. We hebben toen als de wiedeweerga de wagen weer op de weg gezet en met een triangel achter Kruimeltje gekoppeld, mooi blij dat de klus bijna geklaard was, dachten we. Nu met het spul naar beneden, met zijn drieën voorin “Kruimeltje” en richting Buitenzorg, het was inmiddels al middernacht geweest. Nadat we een aantal Km. hadden afgelegd begon Kruimeltje rare klopsignalen te vertonen, we vonden dat niet leuk, het werd nog minder leuk want de oliedruk viel weg en even later gaf “Kruimeltje” het op. Toen “Kruimeltje”geen grommend geluid meer produceerde begonnen de ( “drum”stellen) onder, boven en opzij weer. Nu lachen we om de spanning die toen te snijden was,  maar dit vonden we helemaal niet leuk we voelden ons onveilig ingesloten. We konden niets anders doen dan met geladen wapens afwachten tot het dag werd.

2.

(Jammer, er waren toen nog geen mobieltjes.) De eerste militaire wagen die langs kwam , het was inmiddels daglicht, hebben we gevraagd de LTD te waarschuwen die hebben ons toen teruggehaald. Het bleek dat de lagers van “Kruimeltje” uitgelopen waren , e.e.a. was niet meer te herstellen. Dit was dus de laatste rit van “KRUIMELTJE.” nog heel lang heeft hij staan treuren naast het

B.O.S. depot. Natuurlijk heeft “Kruimeltje”heel veel goede daden verricht, helaas zijn die mij niet bekend. later is hij afgevoerd naar de dump in Batavia. Een bijzonderheid die ik niet onvermeld wil laten is het volgende, enige jaren terug zit ik met een reünie in de Kromhout Kazerne te smikkelen aan een rijstmaaltijd, en komt er iemand tegenover mij zitten, een wildvreemde, en vraagt aan mij, ik mag toch wel tegenover een A.A.T.er komen zitten, natuurlijk geen bezwaar. Maar hoe wist hij dat ik een oud A.A.T.er was. Al etend vertelde hij dat hij in Buitenzorg had gelegen, en mij herkende van de Bantammerweg, en dat hij met een bergingswagen, een Scammel met een wagen er achter voorbij Tjiawi had opgehaald.

Dus conclusie, Zeg nooit, Nooit. De wereld is maar klein ! !                     

De scammel was  verleden tijd, en aldus moest het berging en sleepwerk vanaf dat moment alleen door  “Lady Leyland”gedaan worden . Veel aantekeningen over bergingswerk  is in de voorbije jaren verloren gegaan. In de loop van 1948 begon de dump tegenover de werkplaats steeds voller te worden met afgekeurde wagens, vaak dienden zij eerst als onderdelen voor het nog rijdend materiaal, uiteindelijk hield dat ook op. Want het oude spul werd vervangen door nieuwe wagens. (zie foto’s bij vorige verhalen) Nu eerst genoeg over de dump dat komt later nog wel. In 1948 zijn er een aantal acties geweest maar daar heb ik geen datums van. Zo kwam er een bericht dat er een wagen van de weg was geraakt, en stond nu in de lager gelegen sawah, het verschil in hoogte was daar niet zo groot maar de wagen stond toch wel tot over zijn assen in de sawahklei, en kon op eigen kracht niet meer voor of achteruit. We hebben toen de Leyland

aan de overkant naast de weg gezet en verankerd, daarna de achterlierkabel over de weg aan de drietonner vast gemaakt om zo de wagen naar voren de weg op te slepen.  Ruim voor deze actie zijn een paar mensen met een rode vlag gaan staan om het eventuele verkeer te waarschuwen.

3.   

Dit bleek geen overbodige luxe, want van de kant van de Poentjak kwam een mooie zwarte Chevrolet bestuurd door een chinees, die de rode vlaggen negeerde en hij passeerde het reeds stilstaande verkeer, en knalde vol op de strak gespannen kabel die op een hoogte van ± 50 cm. boven de weg stond. Het mooie was meteen van de Chevrolet af. De drietonner stond al snel weer op de weg, en kon na wat afspoelen, zijn weg vervolgen. De nu komende acties zijn ontleend aan korte aantekeningen en herinneringen uit 1949. Op 8 Jan. (2e actie) kwam er bericht dat er twee wagens gesleept moesten worden van Serang in het Bantamse , een was door een mijn dusdanig beschadigd dat verder rijden niet meer mogelijk was, de ander was beschadigd door een aanrijding. De eerste wagen werd met een triangel aan de breakdown gekoppeld en omhoog gehesen. De tweede met een triangel achter de eerste. De afstand was 180 km. we vertrokken 's morgens om 6.30 en waren om 16.00 u. weer thuis. Wel spannend omdat het door actie gebied was, eigenlijk wel een mooie rit door een heel mooi stukje Java. De meeste bergingen werden gedaan voor Niet A.A.T. voertuigen, Zo werden we op 9 Jan . geroepen voor het bergen van een wagen van de genie, die zou dreigen in het ravijn te vallen ergens langs een zijweggetje richting Sukenagara. Van de genie gingen er 4 man mee als bewaking en met eigen vervoer. Daar aangekomen bleek inderdaad aan een , je kunt het geen weg noemen, maar een bospad, een wagen scheef weggezakt te zijn richting ravijn, het was echt wat je zou kunnen noemen in de rimboe. Dit bleek ook al snel want toen we daar bezig waren de wagen te borgen om verder wegglijden te voorkomen, hoorden we om ons heen in de verte een vreselijk gekrijs, wat langzamerhand dichterbij kwam. Het bleek een kolonie apen te zijn, waarschijnlijk zaten we midden in hun gebied. Het angstige was, het waren ook niet van die kleine aapjes maar flinke jongens. Gelukkig waren we inmiddels zover om de wagen weg te slepen, het werd ook tijd want de apen kwamen bedreigend kort bij, zo kortbij dat een van de jongens van de genie zijn geweer pakte en een aap uit de boom schoot, in de veronderstelling dat het wel af zou schrikken en de beesten zou verjagen, maar niets was minder waar. Juist hierdoor gingen ze om het gewonde dier zitten en sleepten hem weg en werden nog dreigender.  Er was maar èèn oplossing, wegwezen, gelukkig was de wagen al aangekoppeld. Zo snel mogelijk naar de rijweg, daar heeft de chauffeur de wagen overgenomen, en wij naar huis. Anders was het op 15 Februari, ‘s avonds zo om  ± 10 uur komt Sgt.Snel,  direct uitrukken. Nog een aantal mensen stonden klaar, waar vrijwilligers uit gevraagd werden om mee te gaan als bewaking. Op de weg naar Dramaga was een wagen van 4-8 RI beschoten en van de weg geraakt. Het was een z.g.waepon carier, een open wagen geschikt voor pers. vervoer. De  wagen was omgeslagen en lag in de sawah naast de weg, en er zouden nog jongens onder liggen. Snel de lierkabel aan de zijkant van de wagen vastgemaakt, om de wagen wat te lichten om het slachtoffer er onderuit te halen. De veldprediker Ds.Vellema stond naast mij ook tot zijn heupen in de sawahbagger.

4.               

Toen de wagen wat gelicht was konden we het slachtoffer wat naar voren trekken. Ik hoor het Ds.Vellema nog zeggen,” het is Karel v.d.Berg, hij is al overleden. Ook zijn naam is terug te vinden in het  “ Brigade Herinneringsalbum.” 

Zijn kruisje staat ook op MENTENG PULO.

Dit staat te boek als een beschieting op de weg naar Dramaga ! !

Sleep.

Hiernaast een foto, in de schaduw onder de bomen, aan de Bantammerweg van  de Leyland, daarachter drie aangekoppelde afgekeurde drietonners die inmiddels hun sporen wel verdiend hadden. Op bovengetoonde wijze werd het oude materiaal afgevoerd naar de grote dump in Batavia.  Het was verplicht om in de wagens, soms waren het er vier of maar twee maar over het algemeen drie, een bestuurder te plaatsen om eventuele calamiteiten te voorkomen. Meestal werd buiten Buitenzorg even gestopt en gingen de jongens bij elkaar zitten. Dit soort ritten kwam in 1949 soms drie keer per week voor, het waren niet alleen afgekeurde wagens maar ook onderdelen, zoals laadbakken, assen , chasis   cabines en al wat een dump te bieden had. Veren schokbrekers  motoren waren er meestal afgehaald en dienden als onderdelen voorraad. Maar met twee wagens geladen met deze sloopmaterialen had je al een flinke vracht.. We hadden altijd een goed voorziene kist gereedschap bij ons , en op de dump in Batavia werd los gesleuteld wat van onze gading was, b.v. onderdelen voor de Leyland. Op deze wijze zijn er veel ritten, via  Cibinong Depok en Mr.Cornelis, naar de dump in Batavia gemaakt.

Zie foto een passerend convooi.

  

   dit kan toch nooit een A.A.T.er zijn geweest !                                                maar het was wel zo !!                                                                                                             

5.

Nog een berging (de laatste)

Op 26 Okt. `49   `s morgens komt er bericht dat er een ziekenwagen van de HupVa diep in het ravijn in de kali ligt, De eerste vraag die opkomt zitten er zieken of gewonden in, dat was niet het geval.  Daar aan gekomen bleek de wagen heel diep in de kali te liggen. Hij lag scheef op zijn rechter zijkant, wel een meter of 20 steil naar beneden, de linker achterste hoek van de bovenbouw stak nog boven water. Met kettingen is er verbinding gemaakt, De Leyland is van voren aan bomen en verankerplaten vastgezet, de achterlier is uitgerold en met de kettingen verbonden. Het hijsen kon beginnen, geleidelijk kwam hij omhoog, en kwam weer op de weg terecht. Dit was de laatste berging want twee weken later vertrokken wij naar Kamp Makasar, wachtend op inschepinng. Al deze verhalen over berging en slepen zijn maar een greep uit de vele bergingen en gesleepte wagens, denk eens aan de vele lekke en vooral in de begin door de slechte wegen, waardoor veel wagens stil kwamen te staan of moesten worden opgehaald.

                                                 

 

BeAl

506