|
1-1 AAT C. Divisie 7 December |
Reacties naar: webredaktie@veteranencontact.nl
| West Java |
| september 1946 - november 1949 |
|
Contactadres: P. Klaassen, Verzetsplein 130, 3815 ZT Amersfoort, 033-4725266
Emailadres: |

1-1-AAT C. Divisie ”7 December”
”Wij werden geroepen”.

De geschiedenis van de 1e compagnie van het 1e bataljon AAT 1e Div “7 December”
(Periode van 2 Mei 1946 t/m 5 Febr. 1950)
Opkomst en opleiding

In April 1946 werd de eerste naoorlogse lichting dienstplichtigen opgeroepen voor inlijving en indeling in het Nederlandse leger.
2 Mei 1946 trokken velen uit alle hoeken van het land richting Harderwijk, om daar ingelijfd te worden bij het Korps AAT,dat gelegerd was in de Willem George Frederik (W.G.F.) kazerne
Het kader (OVW-ers, beroeps- en reserve personeel) had de opleiding in Engeland voltooid en was gereed om de lichting 1945 het soldatenvak te leren.
Na de eerste 6 weken of wel de primerytraining, werd overgegaan op de korpstraining. Deze bestond uit auto- en motor kennis en vervolgens de rijlessen in de drietonners. Oefenterrein: de Noordelijke Veluwe.
Ondanks het gebrek aan vrijwel alles werd er intensief getraind en werd het ook steeds duidelijker dat onze bestemming Nederlands-Indië zou worden.
Vertrek en reis
Bij Koninklijk Besluit werd op 1 September 1946 de Divisie opgericht en had H.M.Koningin Wilhelmina de Divisie de naam “7 December“ gegeven, memorerend aan haar toespraak op 7 December 1942.
Na de nodige inentingen gingen we met inschepingsverlof en werden de laatste voorbereidingen getroffen voor het vertrek.
Dinsdag 24 September 1946 ’s morgens om 3.30uur reveille en om 6.00 uur gepakt op het appel, 6.30 uur afmars naar het station in Harderwijk, waar we om 8.00 u. vertrokken richting Amsterdam.
Daar werden we ingescheept op het “M.S.Boissevain” en in de namiddag gingen we varen.
Omstreeks 8.00 uur IJmuiden gepasseerd en zijn we op de grote plas gekomen.
Na een niet al te woelige zeereis passeerden we zaterdag 28 September 1946 Gibraltar en zijn we in de Middellandse zee.
De temperatuur werd aangenamer, maar in de ruimen waar wij verbleven werd het steeds benauwder.
Donderdag 3 Oktober 1946 voerden we het Suez-kanaal in en werd er in Port Said gebunkerd. Wij ontvingen daar de eerste post van thuis en maakten kennis met de Oosterse handel.
Na de Bittermeren en de Golf van Aden passeerden we op Zaterdag 5 Oktober 1946 de Keerkring.
Vervolgens de Indische Oceaan op waar we 11 dagen uitzicht hadden op water en lucht, en lucht en water.
Tijdens de reis krijgen we voorlichting over het verblijf in de tropen,over eten en drinken, ziektes enz.
15 Oktober 1946 bereikten we het eilandje Pulu Weh op de noordelijke punt van Sumatra met de haven Sabang. Hier mochten we een dag passagieren en raken onder de indruk van dit mooie eiland. We ontmoeten hier ook de Japanse krijgsgevangenen.
Zaterdag 19 Oktober 1946 aankomst in Tandjong Priok. We hadden toen 26 dagen en nachten gevaren, Hier werden we o.a.verwelkomd door onze kwartiermakers die begin September 1946 al met de Klipfontejn waren vertrokken.
Na debarkatie werden we per drietonner naar onze locatie in Batavia gebracht. Onze Compagnie kwam terecht in het oude Paleis van justitie in de benedenstad.
Het verblijf in de tropen
Zondag 20 Oktober 1946, vrij van dienst, werd de tijd besteed met het schrijven van brieven en de omgeving verkennen.
Maar maandag was het uit met de rust en konden we om 7.30 uur beginnen met de werkzaamheden. Deze bestonden uit het rijklaar maken van de aanwezige Ford drietonners met minimale middelen.
Maandag 28 Oktober 1946 verhuizen we naar Buitenzorg.
Tijd om wat te acclimatiseren werd ons niet gegund en warm dat we het hadden !!
Na ruim drie uur rijden (afstand 60 km), over een erbarmelijk slechte weg, arriveerden we in Buitenzorg, waar ieder peloton zijn eigen locatie kreeg.
De toestand is zeer gespannen en alle belangrijke punten zijn in handen van de tegenstander. Voor ons werd gelijk een avondklok ingesteld.
Op 6 November 1946 nam Kolonel Thomson, Commandant van de 1e Infanteriebrigade, het commando over van de Engelsen.
Schiet incidenten waren er dagelijks, evenzo brandstichtingen en plunderingen.
Tot grote woede van de tegenpartij werden steeds meer objecten gewapenderhand overgenomen, zoals het station, de telefooncentrale enz.
Ondanks de vele protesten kreeg de 1e Inf. Brigade steeds meer vat op de stad en begon de bevolking onze aanwezigheid steeds meer te waarderen.
Intussen is een ieder aan het werk getogen:
- de Staf voor de administratie
- de werkplaats voor onderhoud en reparatie
- de verzorging met hun eigen bakkerij en slagerij voor de voeding van de Brigade (en voor wat een leger zoal nog meer nodig heeft)
- de transport pelotons A en B vervoeren alles wat aangeboden wordt ten behoeve van de Brigade
Buitenzorg is voor onze compagnie steeds de basis gebleven. Was het in het begin verre van aangenaam, halverwege 1947 werd het steeds beter en was het er aangenaam toeven, zoals in de plantentuin waar we veel hebben gewandeld.
De terugreis in December 1949
Na vele kleine en grotere acties en het politieke geharrewar werd de stemming minder en het verlangen naar Nederland steeds groter.
Maar na vele geruchten was het dan in Oktober 1949 zover dat we ons gereed maakten voor de thuisvaart.
10 November 1949 vertrokken we uit Buitenzorg naar Batavia, waar we in kamp Makassar terecht kwamen.
Niet een begerenswaardige locatie maar het vooruitzicht van de thuisreis maakte veel goed, in dit kamp moesten we wachten op het sein voor vertrek en brachten we de tijd door met niets doen en vervelen.
Vrijdag 25 November 1949 gingen we aan boord van de Kota Inten en met enig ceremonieel vertrokken we op Zaterdag 26 November 1949 rond 13.00 uur en werd de verbinding met Nederlands-Indië verbroken: met blijdschap dat we huiswaarts keerden en met weemoed wat we achter lieten, waaronder de vijf vrienden die begraven liggen op het ereveld Menteng Pulu.
Rond 5 December 1949 door het Suez kanaal en op 24 December 1949 meerde de Kota-Inten af in Rotterdam.
Na een afwezigheid van drie jaar en drie maanden waren we weer terug in Nederland en werden per bus naar huis gebracht, met een verlofpas en vrijvervoer voor 6 weken.
5 Februari 1950 werden we gedemobiliseerd en moesten weer leren gewone burgers te zijn.
Reünie’s – Herdenkingen
In de zomer van 1977 werd onze 1e reünie georganiseerd o.l.v. Coen van Hoogdalem.
Plaats was de W.G.F. kazerne.
Het duurde tot 1992 voor het tot een 2e reünie kwam welke door Gerrit Kraay werd georganiseerd. Wederom in de W.G.F. kazerne.
Sinds die tijd houden we zoveel mogelijk jaarlijks onze reünie.Door sluiting van de W.G.F.kazerne zijn we terecht gekomen in het Algemeen Militair Tehuis in Stroe.
Daar hebben we onze 12e reünie gehouden op Zaterdag 17 April 2004.
Naast onze reünie’s worden de omgekomen A.A.T.ers herdacht op 4 Mei in de Kol. Palmkazerne te Bussum.
Op de naamdag van de Divisie (7 December) worden de leden van de Divisie (welke zijn omgekomen in Nederlands-Indië of op Vredesmissies) herdacht, in de Koning Willem 3 kazerne te Apeldoorn.
Foto galerie







